장음표시 사용
231쪽
XXVII. Plato' philosophie angi et de Orphie ten
232쪽
PLATO ordi edoeid. XXIX. Uit PLATON. Craiyl. oo B sqq. lijk niet, dat de gelijkstellin van σῶμα en αμα doo de Orphici ge-leerd S. XXX. De eer an de individueel onsterselhkhei derate is te in strijd mei de consequentien an PLATO'Sphilosophie. XXXI. PLATON. Rep. V, 473 Vid pag. 56, adn ra)moet an φιλοσοφοι in engeren rigeniijken tinue-
XXXIII. De inrechhnlijkheid os althan de mogelhkheid
233쪽
De samenhan tusschen Orphici en Pythagoreembepaal gich niet tot de Achatologie.
234쪽
XLII. Belialve ui andere ovemeonge verssim het uit paedagogisch ogpunt anbeveling, fiet onde hs in et ath de bellandelin de declinati en derconiugati niet ij de a- maar ij de consonanistam-
235쪽
Het sensualisme ted geen voldoende verkla ingvan et ontainan de kennis. XLV. KANT' Onderscheidin tusschen in an sic en scheinuncis erkenninis-theoretisch ' onbruthbaar. XLVI. Daaruit dat de Anschauungssormen a priori transscendentale dealiteit hebben volgi niet, dat egeen transscendentale realiteit hebben.
